Ruim het veld voor ons! Over de kinderen op het veld (Ev. Thom. 21)

“Op wie lijken jouw leerlingen?,” vraagt Maria aan Jezus in het niet-canonieke Evangelie van Thomas (logion 21). De vragenstelster is waarschijnlijk Maria Magdalena. In sommige gnostische geschriften speelt zij een belangrijke rol en is ze soms zelfs één van Jezus’ meest geliefde discipelen (Evangelie van Filippus en Evangelie van Maria). Ook in het Evangelie van Thomas wordt expliciet over haar gezegd dat zij, als zij man wordt, het koninkrijk van de hemel binnen zal kunnen gaan (logion 114). Maria’s vraag is daarom waarschijnlijk niet slechts een informatieve vraag naar Jezus’ leerlingen, maar indirect een poging om te weten te komen hoe zij als discipel dit koninkrijk kan bereiken.

Wat houdt het discipelschap nu in? Het lastige voor huidige lezers is dat het Evangelie van Thomas een esoterisch geschrift is waarvan alleen ingewijden de “geheime woorden” (logion 1) kunnen begrijpen. Jezus’ antwoord bestaat daarom uit een voor ons moeilijk te begrijpen parabel over kinderen op een veld:

Hij zei: Ze [de discipelen] lijken op jongetjes die verblijven op een veld dat niet van hen is. Wanneer de eigenaars van het veld komen, zullen die zeggen: ruim het veld voor ons! Voor hun ogen doen zij hun kleren uit om voor hen het veld te ruimen en het hun terug te geven. (Ev. Thom. 21)

Het narratief van deze parabel roept allerlei vragen op: Wat doen die kinderen daar op het veld? Zijn ze er aan het werk, leven ze er of spelen ze er? Hebben ze wel toestemming van de eigenaars om op dat veld te verblijven? En waarom doen de kinderen hun kleren uit om het veld terug te geven aan die eigenaren?

De interpretatie van de parabel wordt bemoeilijkt door de afwezigheid van een expliciete toepassing. Als niet-ingewijde lezer moeten we dus zelf aan de slag om de parabel te kunnen begrijpen—en dus om Jezus’ antwoord op Maria’s vraag te kunnen verstaan. Eén van de mogelijke interpretaties leest de parabel in het licht van gnostische voorstellingen over de wereld en de mens. Hoewel men in het onderzoek vragen stelt bij de identificatie van het Evangelie van Thomas als gnostisch, lijken sommige uitspraken in het Evangelie van Thomas toch verwant te zijn aan gnostische ideeën. Gnostische geschriften veronderstellen een extreem dualisme tussen een goede geestelijke wereld en een kwade stoffelijke wereld. Dit dualisme is ook weerspiegeld in de mens. Volgens gnostici bestaat de mens uit een ziel met een ongeschapen geestelijke kern (lichtvonkje) dat afkomstig is uit de geestelijke wereld, zelfs is voortgekomen uit de hoogste God. Nu zit het echter gevangen in het stoffelijke, aardse lichaam. Het doel van de gnostici is om de geestelijke kern uit het lichaam te bevrijden en één te laten worden met de hoogste God. Hiervoor moet men zich losmaken van alles wat met de stoffelijke wereld te maken heeft. Dit doel vinden we terug in verschillende logia in het Evangelie van Thomas, zoals in logion 110: “Jezus zei: Wie de wereld heeft gevonden en rijk is geworden, laat hij van de wereld afzien.”

Kinderen jagen op een konijn in een veld, mozaïek in Villa Romana del Casale, Pompeï

In het licht van deze opvattingen zou de parabel van de kinderen op het veld kunnen draaien om het verzaken van de stoffelijke wereld. Het veld zou in dat geval staan voor de aardse wereld, terwijl de kleding het fysieke lichaam representeert (vgl. logion 37). Het begin van de parabel beschrijft de uitgangssituatie van de mens: Net als de kinderen verblijven de mensen in de stoffelijke wereld, maar, door hun geestelijke kern (lichtvonkje), behoren ze er niet toe. Het slot van de parabel gaat over het gnostisch ideaal om, net als de kinderen, de wereld op te geven en de genoegens/behoeftes van het fysieke lichaam te verzaken. Hierdoor kan men zich op de (naakte) geestelijke kern richten. Alleen het middendeel is lastig te begrijpen: Hoe zouden we de komst van de eigenaars moeten interpreteren? Mogelijk gaat het om een keuzemoment waarbij de mensen moeten kiezen of ze zich aan deze wereld willen blijven vastklampen of niet. De veronderstelling zou kunnen zijn dat de oproep om de stoffelijke wereld te verzaken (“ruim het veld”) weerstand oproept bij de mensen.

Als we deze interpretatie van de parabel volgen, dan zou Jezus met deze parabel Maria duidelijk maken dat het discipelschap een verzaking van de aardse, stoffelijke wereld en van het bijbehorende fysieke lichaam inhoudt. In het vervolg van het logion gaat Jezus argumentatief nog een stap verder. Na de parabel van de kinderen op het veld vertelt hij de parabel van de dief, die ons ook bekend is uit het Nieuwe Testament (Matt 24:43–44//Lukas 12:39–40, zie ook deze blog). Dit keer lijkt Jezus al zijn discipelen aan te spreken:

Daarom zeg ik: Als de huiseigenaar weet dat de dief er aan komt, zal hij wakker blijven tot hij komt en hij zal hem niet in het huis van zijn koninkrijk laten inbreken om zijn bezittingen weg te slepen. Jullie moeten dan ook op je hoede zijn voor de wereld. Gord je aan met grote kracht, dan kunnen de rovers niet bij jullie binnendringen want anders zullen zij de voorraad vinden waar jullie op rekenen.

Laat er in jullie midden een verstandig mens zijn. Toen de vrucht rijp was, kwam hij snel met de sikkel in zijn hand en oogstte haar. Wie er oor voor heeft, laat hij horen.” (Ev. Thom. 21)

Waar de parabel van de dief in het Nieuwe Testament over de eschatologische komst van de Mensenzoon gaat, sluit Jezus de parabel in het Thomasevangelie af met een oproep om op de hoede te zijn voor de wereld. Hierop volgt bovendien nog een oproep om je te beschermen tegen rovers. Net als de parabel van de kinderen op het veld moet de parabel van de dief in het licht van het gnostisch dualisme worden begrepen. De situatie verschilt echter met die van de eerste parabel: Waar in de parabel van de kinderen op het veld de mens de stoffelijke wereld nog moet verzaken, veronderstelt de parabel van de dief al een toestand van verzaking. De mens (huiseigenaar) in deze parabel moet er juist voor oppassen dat de aardse verleidingen (dief) zijn huis (geestelijke kern) niet binnendringen. Net zoals Jezus’ toehoorders ervoor moeten oppassen dat rovers (stoffelijke wereld) niet hun weg naar hun voorraad (geestelijke kern) zullen vinden.

Waakzaamheid blijft dus op zijn plaats. Een eenmalige verzaking van de stoffelijke wereld en het lichaam is niet voldoende om een discipel van Jezus te zijn; een discipel moet constant waakzaam zijn voor nieuwe verleidingen van het stoffelijke. Dit is waarschijnlijk de “verstandige mens” die Jezus voor zich ziet. En deze boodschap moet Maria, en iedere andere lezer van het evangelie, ter ore moet nemen. Het kan zelfs een interessant perspectief zijn voor huidige lezers in deze periode van Sinterklaas, kerst en oud en nieuw waarin we volop kunnen genieten van materiële en culinaire genoegens.

Albertina Oegema

 

 

 

 

 

 

Vertalingen uit het Evangelie van Thomas zijn afkomstig uit:

  • Roukema, Riemer. Het evangelie van Thomas. Ad fontes. Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 2005.

Verder lezen:

  • Gathercole, Simon. The Gospel of Thomas: Introduction and Commentary. Texts and Editions for New Testament Study 11. Leiden: Brill, 2014.
  • Hartenstein, Judith. “Nackt auf fremdem Land (Die Kinder auf dem Feld): EvThom 21,1–4).” Pagina’s 878–882 in Kompendium der Gleichnisse Jesu. Geredigeerd door Ruben Zimmermann. 2e ed. Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2015.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.