Parabelproject

Een harde noot om te kraken: de geheime betekenis van de Parabel van de Zaaier

De parabel van de zaaier (Mt 13:3-23) is de bekendste en tegelijkertijd de meest raadselachtige parabel van de serie aan gelijkenissen die in Mattheüs 13 verteld wordt door Jezus. Een zaaier ging uit om te zaaien: iedereen heeft wel in het hoofd dat daarmee zoiets als het woord van God bedoeld wordt. Dat er vier manieren zijn om het woord van God tegemoet te treden, gesymboliseerd door vier plekken waar het graan valt: langs de weg, op rotsgrond, tussen dorens, op goede grond, is ook wel duidelijk. De uitleg verbindt op fijnzinnige wijze de plaatsen van het zaad met de beslommeringen van alledag en de begeerte naar rijkdom (dorens), het buigen voor vervolging omdat het geloof niet diep ‘geworteld’ is (zaad op rotsgrond), het toegeven aan influisteringen van het kwaad (zaad langs de weg). Het getal vier is populair als het gaat om verschillende karakters of temperamenten: niet alleen de temperamenten uit de Griekse cultuur: flegmatisch, sanguinisch, zwartgallig en geelgallig, maar ook in allerlei wijsheidsspreuken. Zo vinden we in het vroegrabbijnse werk Spreuken der Vaderen (Pirkei Avot) deze uitspraak:

Er zijn vier manieren van leren: een spons, een zeef, een trechter en een zijgdoek: de eerste neemt alles op, de tweede onderscheidt het belangrijke van onbelangrijk, bij de derde gaat het het ene oor in, het andere uit, en de vierde bewaart de droesem en laat de wijn lopen (Spreuken der Vaderen 5:18).

Bij deze en vele andere spreuken duidt het getal vier op karaktereigenschappen. Datzelfde geldt voor de parabel van de zaaier: zo is het zaad op de rotsgrond waarschijnlijk bedoeld om snel op te schieten. Wat ontbreekt is de verworteling. Te vergelijken dus met een boom met veel takken, maar weinig wortels…

De grote vraag blijft echter waarom het evangelie suggereert dat de uitleg geheim is en verborgen moet blijven (Mt 13:13 en verder), behalve aan een groepje uitverkorenen? Het gaat bij parabels toch juist om verheldering en niet om verduistering? Parabels zijn als handvatten waarmee je een zware kruik kunt dragen; of als een draad waarmee je een labyrint kunt inlopen, of als een lampje van een stuiver waarmee je een grote schat kunt vinden, aldus de rabbijnen. Waarom dan de suggestie dat het een geheime leer betreft? Dat komt bij Marcus vandaan: zelfs de leerlingen begrijpen telkens de boodschap van Jezus verkeerd volgens Marcus. Bovendien vraagt Jezus of zij niet verder willen vertellen dat hij de Messias is (‘Messiasgeheimnis’).  Daarom laat Marcus de parabel van de zaaier (de eerste parabel bij hem, Mk 4) als een geheimleer klinken. Pas als Jezus alleen is met de leerlingen vertelt hij de uitleg, maar de menige buiten hoort die niet! (Mk 4:10-11). Origenes versterkt dat nog door het op héél het geloof te betrekken: alleen de innerlijke, geheime betekenis wordt aan de leerlingen geopenbaard, de menige buiten blijft er onkundig van omdat die slechts de oppervlakkige, uiterlijke betekenis kent en niet tot meer in staat is. Het is als een noot, hard van buiten, maar het eetbare zit van binnen. Zo aristocratisch zal echter Jezus’ verkondiging niet zijn geweest: de parabels waren tot heel het volk gericht, denk ik. De betekenis zal niet door Jezus bewust onvermeld gebleven zijn om de menigte zo in verbijstering achter te laten! Dat het geloof een dieptedimensie heeft die niet zomaar is te achterhalen is echter evenzeer waar.

Marcel Poorthuis

Marcel Poorthuis

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *