Parabelproject

Parabel van de maand mei: over hemelen en wolken

In deze rubriek presenteren wij elke maand een rabbijnse parabel (mashal) uit de midrash. Soms lijken die parabels op gelijkenissen uit het Nieuwe Testament, soms helemaal niet, maar altijd zetten ze aan tot nadenken. Vanwege Hemelvaart ditmaal een parabel over de wolken en de hemelen.

A. “Er is niet één als God, o Jesjoeroen, rijdend in de hemel als je helper, in zijn hoogheid op de wolken.” (Deut. 33:26)

B. “In zijn hoogheid op de wolken.” Heel Israël verzamelde zich bij Mozes en ze zeiden tot hem: ‘Onze meester Mozes, zeg tegen ons, hoe ziet de eigenschap van de glorie boven eruit?’ Hij zei tot hen: ‘Uit de lagere hemelen kunnen jullie opmaken hoe de eigenschap  van de glorie boven eruitziet.’

C. Een masjal. Waarmee kan dit vergeleken worden? Met iemand die zei: ‘Ik wil de glorie van de koning zien.’ Ze zeiden tot hem: ‘Ga naar de stad en je zult hem zien.’ Hij ging naar de stad en zag een gordijn, hangend voor de poort van de stad, dat met edelstenen en parels was bezet. Hij kon zijn ogen er niet van afhouden, tot hij flauwviel. Ze zeiden tot hem: ‘Als je je ogen niet kunt afhouden van een gordijn, dat voor de ingang van de stad hangt, met kostbare stenen en parels, totdat je er bij neervalt, hoeveel te meer, als je de stad nu eens was binnengegaan.’

D. Daarom is er gezegd: “In zijn hoogheid op de wolken” (Deut. 33:26).

(Bron: Sifre Deuteronomium Piska 355)

Uitleg

De letters A-D zijn toegevoegd aan bovenstaande tekst om de typische opbouw van een rabbijnse parabel duidelijk te maken. A is de bijbeltekst die becommentarieerd wordt; B is een stuk midrash. In dit geval behandelt de midrash de vraag: wat is het verschil tussen ‘de hemelen’, en ‘de wolken’? Want de rabbijnen gaan ervan uit dat de heilige Schrift niet zomaar iets herhaalt zonder extra betekenis. In de midrash worden Mozes woorden in de mond gelegd die dit verklaren: de ‘wolken’ staan voor de ‘lagere hemelen’. Als je naar de wolken kijkt dan kan je al een idee krijgen van de ware glorie van God ‘in de hemel’.

De parabel, in C illustreert dat met een aardse situatie. In de rabbijnse parabels wordt vaak een verhaal over een koning en zijn onderdanen verteld om iets over de relatie tussen God en de mensen duidelijk te maken. De vergelijking is hier vrij direct: als de onderdaan al moeite heeft met de schittering van het gordijn aan de stadspoort, dan zou hij de ware schittering van de stad daarachter al helemaal niet aankunnen. De ‘glorie’ van de koning is hier verbeeld als de ‘schittering’ van de stad.

Op de mashal volgt nog een toepassing, gemarkeerd door de letter D. Deze toepassing, die ‘nimshal’ wordt genoemd, voert het beeld terug naar de bijbeltekst. Behalve een verklaring van het verschil tussen ‘hemelen’ en ‘wolken’, moet deze mashal ook een theologische idee overbrengen: men moet niet tot de hemel opstijgen om iets van het goddelijke te zien; Gods glorie is af te lezen aan verschijnselen op aarde.

Lieve Teugels

Lieve Teugels

(N.B. Deze blog is een inkorting van een Bijbelblog die eerder is verschenen op de website van de PthU: https://www.pthu.nl/Bijbelblog/!/14191/de-parabels-van-jezus-en-de-andere-rabbijnen)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *