Een parabel over Waarheid en Verhaal

De parabel over Waarheid en Verhaal is zo bekend dat het haast overbodig is de parabel te vertellen. De duiding ervan is echter minder eenvoudig en vele mogelijkheden dienen zich aan. Laten we er een aantal van verkennen. We ontlenen het verhaal aan de Maggid van Dubno (Jacob ben Wolf Kranz, 1741-1804), die dit verhaal vertelde in antwoord op de vraag waarom hij altijd een verhaal vertelde!

Mishlei Ya’akov (de parabels van Jacob), door Jacob ben Wolf Kranz

Waarheid en Verhaal zwierven door de wereld. Verhaal ging schitterend gekleed en werd overal met gejuich begroet. Waarheid daarentegen was naakt en als de mensen hem zagen wendden ze zich af. Toen vroeg Waarheid aan Verhaal: “Hoe komt het toch dat jij overal gastvrij wordt onthaald terwijl ik een dichte deur vind?” Verhaal antwoordde: “Mensen houden niet van jou. Jouw naaktheid komt onaangenaam over. Mijn warme kleren met mooie kleuren vinden ze veel aantrekkelijker. Maar ik weet het goed gemaakt: trek jij mijn kleren aan”. En vanaf die tijd dient de Waarheid zich gekleed in het verhaal aan en laten de mensen de Waarheid met plezier binnen.

Dit verhaal over een verhaal lijkt te willen zeggen dat verhalen een goed voertuig zijn voor waarheid. Mensen houden er niet van gedicteerd te worden, maar een verhaal biedt ruimte voor eigen interpretatie en identificatie. Een verhaal is aantrekkelijk en zo komt de waarheid dan toch binnen.

Maar is dat werkelijk zo? Als we verhaal wat ruimer opvatten, als retorica en overreding door schittering en doxa (= schone schijn, mening), is het dan zo zeker dat Waarheid er nog in zit? Nemen we de infotainment die kennelijk de enige manier is om mensen nog te boeien en het verschil tussen fake news en echt nieuws dat feitelijk niet veel mensen interesseert, zolang het maar “pakt”: wat is dan nog de waarheid? Of is het woord waarheid zelf al synoniem met intolerantie en autoritair de wil opleggen? Immers, ieders eigen mening is al waar, omdat het een eigen mening is! Dat was ook het debat tussen Plato en de sofisten. De sofisten wisten door hun retorica elk standpunt te verdedigen en mensen ervan te overtuigen. “De mens is de maat van alle dingen”, meende de sofist Protagoras, wat je zo kunt uitleggen dat ieder mens zelf zijn waarheid maakt, een gedachte die voor ons postmodernen veel aantrekkelijks heeft. Plato claimde echter dat de waarheid nog iets anders was dan de schittering van de schone schijn, de bonte wereld van allerhande meningen. Meningen ja, maar geen streven naar de ene waarheid. De waarheid is transcendent, de wereld van de ideeën, niet besmeurd door de wereld waarin alles stroomt en verandert. Maar was dat niet het beste retorische foefje van Plato, waarmee hij de sofisten te slim af was? Laten we met die kritiek op Plato niet te gauw instemmen, want het betekent dat we geen grondig verschil kunnen maken tussen slogans en inzicht, tussen reclame (de moderne sofisten) en feit.

Schets van Kierkegaard door zijn neef Niels Christian Kierkegaard (ca. 1840)

Intussen heeft de lezer allang gedacht aan “de naakte waarheid”, zoals de filosoof Kierkegaard die naar voren brengt in zijn dagboek op 1 augustus 1835. Kierkegaard wijst alle gepraat over waarheid af als die niet een waarheid is die mij persoonlijk raakt. Dat wat God van mij vraagt is waar het om draait, niet wat theologen aan algemene waarheden naar voren brengen. Weliswaar worden parabels soms verweten dat de waarheid onzichtbaar wordt in hun inkleiding in bonte gewaden, maar uiteindelijk bezitten parabels juist het vermogen om niet zozeer algemene waarheden naar voren te brengen, maar om mij bij te kladden te grijpen: “Jij bent die mens!” (2 Samuel 12:7). Uiteindelijk gaat de naakte Waarheid dus toch weer schuil achter het gewaad van het Verhaal!

Verder lezen

Benno Heinemann, The Maggid of Dubno and his Parables, New York: Philip Feldheim, 1967.

Marcel Poorthuis

Dit vind je misschien ook leuk...

2 reacties

  1. In dit wijsheidsverhaal lezen we hoe het sprookje aan de waarheid leert om zich te wat verkleden zodat mensen van haar houden.
    Het lijkt wel bizar om net dit verhaal ook als psycholoog te delen…
    De levenskunst bestaat er toch in om ons te verzoenen met onze imperfecties? Tijdens de psychologische gesprekken worden de emotionele barsten toch net NIET bedekt maar tracht de cliënt ze laagje voor laagje aan het licht te brengen.

    Ik kan mezelf in ‘het aankleden van de waarheid’ omarmen. Ook ik toon liever het deel van me waar het goed mee gaat. Ik snap het wijsheidsverhaal en ik beken vol liefde een beetje schuld. Sterker nog : Ik ben ook niet bereid om daar iets aan te veranderen en ik vraag dat ook niet van mijn medemensen. Ik volg het sprookje in het delen van het geheim van de mensen. Laat ons met mildheid naar dit menselijke kijken, beseffend dat ons oordeel ook iets kan zeggen over eigen blinde vlekken.

    Wel adviseer ik om toch (met of zonder psycholoog) als mens blijvend onderweg te gaan en de moed te hebben om te ont-dekken hoe het is om meer en meer in je eigen ‘naakte waarheid’ te staan. De angst om door te mand te vallen zal daardoor afnemen en je zal meer kunnen lachen met jezelf en de ander om dat gepimp.
    En vergeet het niet : Lachen is en blijft …

    Lieve groetjes
    Alexandra

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.