Vandaag heb ik iets geleerd. Religieuze parabels in de animated sitcom ‘South Park’

De afgelopen jaren hebben we op de website veel blogs gepubliceerd over parabels in het antieke jodendom en christendom. Dit jaar willen wij onze blik op drie manieren verbreden: naar parabels uit andere perioden in het jodendom en christendom, naar parabels in andere culturen en religies én naar parabels in de literatuur en de filosofie. Om die verbreding mogelijk te maken hebben we een aantal experts gevraagd een gastblog te schrijven over parabels in hun vakgebied. De derde blog in de serie wordt geschreven door dr. Frank Bosman, cultuurtheoloog, verbonden aan het Cobbenhagen Center van Tilburg University. Frank Bosman publiceert geregeld over religie en cultuur in de moderne tijd, onder andere: Gaming and the divine. A new systematic theology of video games (Londen: Routledge 2019) en Spelen met God. Een kleine theologie van videogames (Heeswijk: Berne 2018). Zie: www.frankgbosman.nl.

South Park is, samen met The Simpsons, een van de bekendste en langstlopende adult animated sitcoms in de geschiedenis van de 20e en 21e eeuw. De Amerikanen Trey Parker en Matt Stone hebben sinds 1997 meer dan 300 episodes geproduceerd over een imaginair bergstadje in Colorado (USA), genaamd South Park. De show volgt, uitzonderingen daar gelaten, de onfortuinlijke avonturen van vier basisschool kinderen: Stan Marsh (de gebalanceerde held), Kyle Broflovski (de Joodse denker), Kenny McCormick (het ideale slachtoffer) en Eric Cartman (de aartsmanipulator met obesitas). South Park staat bekend om zijn keiharde, nietsontziende satire van alles wat hoog en heilig is, zoals seksueel misbruik in de r.k.-kerk (‘Red hot Catholic love’, 2002), censuur en vrijheid van meningsuiting (‘Cartoon Wars’ 1 en 2, 2006) en de liberalisering van softdrugs (‘Medicinal Fried Chicken, 2010’). Niettemin heeft de serie een miljoenenpubliek dat meerdere generaties beslaat en werd de serie zestien keer genomineerd voor een Emmy Award (vijf ook daadwerkelijk gewonnen).

Nee, subtiel in South Park niet, zeker ook niet als het om religieuze organisaties gaat: Scientology (‘The Gauntlet’, 2000 en ‘Trapped in the closet’, 2005), de mormonen (‘All about Mormons’, 2003), het jodendom (‘Jewpacabra’, 2012) en de islam (‘200’ en ‘201’, 2010) worden niet gespaard. Vooral rooms-katholieken vormen een dankbaar object voor Trey en Parkers satire: een dementerende paus Johannes Paulus II (‘Do the handicapped go to hell’, 2000), een Jezuskritische paus Benedictus XVI (‘A scause for applause’, 2012), Time’s Person of the year paus Franciscus (‘The Hobbit’, 2013), Mariaverering (‘Bloody Mary’, 2005), homofobie (‘The death camp of tolerance’, 2002) en seksueel misbruik (‘The wacky molestation adventure’, 2000).

Niettemin is de humor en satire van South Park zelden alleen maar opgeklopte lucht. Vaak zit er een verrassend intelligente boodschap achter de episodes verborgen. Aan het einde van veel afleveringen wordt dat nog wel eens onderstreept doordat één van de hoofdpersonen, vaak één van de vier kinderen, een monoloog afsteekt die begint met ‘vandaag heb ik wat geleerd…’, gevolgd door de moraal van het verhaal. Hierdoor krijgen veel afleveringen het karakter van een parabel: er is sprake van een afgerond verhaal met alles erop en eraan, vaak wordt één metafoor geïntroduceerd en uitgewerkt gedurende de episode en het verhaal wijst eigenlijk altijd van zichzelf weg richting de ‘echte’ wereld. De kijker leert op een nieuwe manier naar zijn of haar eigen werkelijkheid kijken en luisteren, en wordt opgeroepen om met dat nieuw verkregen perspectief ook daadwerkelijk wat te gaan doen.

Graag geef ik twee voorbeelden van South Park-parabels.

Cartmanland: de man met een pretpark

In de episode ‘Cartmanland’ (S05E06, 25 juli 2001) krijgt de verwende treiterkop Eric Cartman één miljoen dollar van zijn overleden oma. Eric koopt direct een eigen pretpark, dat hij ‘Cartmanland’ doopt,  zodat hij nooit meer in een rij hoeft te wachten op zijn beurt. In de tussentijd zoekt Kyle zijn toevlucht in de synagoge. Daar vertelt hij zijn vriendje Kyle, die hem komt zoeken, dat hij een geïnfecteerde aambei heeft, die hem veel pijn en veel schaamte oplevert. Kyle twijfelt aan de goddelijke rechtvaardigheid:

Mijn hele leven ben ik opgevoed om in Jehovah te geloven. Te geloven dat we ons allemaal op een bepaalde manier moeten gedragen en dat we dan beloond zullen worden. Ik doe dingen verkeerd, maar ik probeer mezelf elke week te verbeteren. Ik zeg altijd: ik heb iets geleerd vandaag. En wat geeft deze zogenaamde God mij als beloning? Een aambei. Hij is onbegrijpelijk. Wat is jouw logica?

Dat laatste schreeuwt Kyle tegen God zelf. Even later zegt hij het nog sterker: ‘Als iemand als Cartman een miljoen dollar kan krijgen en zijn eigen pretpark, dan is er geen God. (…) Er is geen rechtvaardigheid. Er is geen God. Hoor je me? Ik zweer mijn geloof af!’ Een parallel met Job dringt zich op, al hoewel deze afziet van de godsvervloeking waar zijn vrouw hem toe aanzet (Job 1,9). En die parallel wordt even later expliciet gemaakt, doordat Kyle’s moeder haar doodzieke kind het begin van het Bijbelboek voorleest.

Na een min of meer bijbelgetrouwe weergave van het grootste gedeelte van hoofdstuk één concludeert moeder Sheila met de woorden: ‘Hij had afschuwelijke pijnen, de hele dag, elke dag. Maar hij behield zijn geloof. En God zei tot Satan: Zie je wel, zei ik je toch. Job prijst mij nog steeds.’ Behalve dat het een beetje vreemd is om hier het boek Job te eindigen (waardoor de opstandige Job van de poëtische dialogen geen kans krijgt), op Kyle heeft het slechts één uitwerking: als God een rechtvaardige zoveel ellende laat meemaken, is er inderdaad geen God.

Pas als Cartman door financieel wanbeheer en karakterologisch ongeduld zijn hele investering in rook ziet opgaan, geneest Kyle weer naar lichaam en ziel. Stan vat samen: ‘Kijk, Kyle, Cartman is diep ongelukkig. Zelfs ongelukkiger dan hij eerst was, want hij kreeg wat hij wilde, maar verloor het.’ De aambei van Kyle en het pretpark van Eric staan voor de menselijke ervaring dat zegen en onheil bijna willekeurig ons overkomt. De goddelijke rechtvaardigheid lijkt zoek: God laat het regenen over rechtvaardigen en zondaars (Psalm 50,14-15). Het is de klassieke theodicee: als deze ellende kan bestaan, kan God dat niet.

‘Cartmanland’ past er – opmerkelijk genoeg – voor om een hapklaar antwoord te geven op de theodicee. God grijpt niet in, althans niet zichtbaar, maar de rechtvaardigheid wordt wel versteld: Kyle geneest, Eric wordt gestraft. Of het nu gaat om kosmisch evenwicht of om een persoonlijk ingrijpen van God is niet duidelijk, maar uiteindelijk wordt de rekening vereffend. Daarmee is ‘Cartmanland’ een postmoderne parabel over (goddelijke) rechtvaardigheid en het verkrijgen ervan. Wie tobt over het (onverdiende) lijden in zijn leven, is als een jongetje met aambeien die op een goede dag hoort dat zijn slechtste vriend een eigen pretpark geërfd krijgt, enzovoorts.

Margaritaville: de Jood en onze schulden

De tweede South Park­-parabel is de episode ‘Margaritaville’ (S13E03, 25 maart 2009) met wederom de Joodse Kyle in de hoofdrol. Het is 2009, het hoogtepunt van de wereldwijde kredietcrisis aangezwengeld door de stagnerende huizenmarkt in de Verenigde Staten en als obligaties verpakte hypotheekportefeuilles, die in rap tempo hun waarde verloren. Randi Marsh, de vader van Stan, weet hoe dit alles komt:

We zijn minnaars van plezier geworden in plaats van minnaars van de Economie. Er zijn mensen die zeggen dat de Economie ons in de steek heeft gelaten. Nee, jullie hebben de Economie in de steek gelaten. En nu voelen jullie de wraak van de Economie.

De wereld van aandelen, obligaties en ondoorzichtige financiële producten is zo ingewikkeld dat de inwoners van South Park de economie langzaam maar zeker gaan beschouwen als een wraakzuchtige godheid, die met offers en gebed tevredengesteld moet worden. Menselijke hebzucht als reden voor de financiële crisis maakt echter snel plaats voor meer religieus taalgebruik. Randi weet echter raad: omdat de Economie in woede is ontstoken door al ‘onze’ frivole uitgaven (vaak met geleend geld), moeten ‘we’ nu zo min mogelijk geld uitgeven om haar weer gunstig te stemmen. Elke econoom kan je vertellen dat dit slecht beleid is: in tijden van economische crises moet de overheid investeren en de consumenten aanzetten tot consumptie.

Kyle heeft de zaak echter door. Onbedoeld verkleed als Jezus (inclusief stenigingsscene, Bergrede en laatste avondmaal) trekt hij rond het stadje en verkondigt een evangelie met twee kernpunten. Uitgeven is goed. En de economie is geen godheid, die boos kan worden. Mensen moeten de economie echter wel vertrouwen, anders kan ze niet bestaan. (De impliciete theologie is natuurlijk dat God alleen bestaat bij de gratie van mensen die in Hem geloven.)

Uiteindelijk schaft Kyle een American Express Platinum-creditkaart zonder limiet aan. Daarmee laadt hij – letterlijk – de schulden van South Park op zijn schouders. Aan het einde van dit ritueel – dat niettemin zeer feitelijke gevolgen heeft voor Kyle – wordt de bewusteloze verlosser naar huis gedragen terwijl zijn moeder wenend achter hem aanloopt. Wie ooit aan seculiere scholieren de christelijke verlossingsmythologie wil uitleggen, doet er goed aan deze episode van South Park mee te nemen.

‘Margaritaville’ is hiermee een parabel over de religieuze ijver waarmee de moderne mens gelooft in het kapitalistische systeem, en hoezeer dit systeem leunt op collectief vertrouwen om überhaupt te kunnen functioneren. Wie op de wetmatigheden van de kapitalistische economie vertrouwt is als een dorpje dat, gebukt onder schulden, de economie als afgod ging aanbidden, enzovoorts.

Besluit

‘Cartmanland’ en ‘Margaritaville’ zijn twee voorbeelden van South Park-afleveringen die parabels op zichzelf zijn. Beide episodes leunen zichtbaar zwaar op de verhalen uit de Hebreeuwse Bijbel en het Nieuwe Testament. Tientallen andere episodes zijn als voorbeelden te geven. En ook in andere adult animated sicoms zoals The Simpsons, Futurama, American Dad!, Bojack Horseman en Rick and Morty zijn dergelijke ‘parabelepisodes’ te vinden. Hij die wil geloven in een tijd als deze, is als een Netflix-gebruiker die begint met kijken. Kijk, kijk opnieuw en de wereld is veranderd.

Frank G. Bosman

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.