Daadkrachtige spiritualiteit, of de pas in tweede instantie biddende weduwe (Lucas 18:1-8)

1. Hij (Jezus) vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: 2. “Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. 3. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: ‘Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.’ 4. Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: ‘Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, 5. toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ 6. Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter der ongerechtigheid zegt. 7. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? 8. Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan dit geloof vinden op aarde?’’ (NBG, met kleine aanpassingen)

Bijbelinterpreten zijn het er grotendeels over eens dat de gelijkenis van de rechter en de weduwe door de evangelist Lucas aan het begin en waarschijnlijk ook aan het einde bewerkt is. Ik hoop in deze blog aan te tonen, dat de gelijkenis en de raamverzen niet helemaal dezelfde boodschap verkondigen en ik begin mijn uitleg met de verzen die de mashal proper (de eigenlijke parabel) omsluiten.

Een pleidooi voor een daadkrachtige spiritualiteit

In de inleiding vat de verteller de kernboodschap samen: dit is een “gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven.“ In de toepassing valt op dat een verssnede uit Sirach 35:22 als vraag geciteerd wordt (“De Heer talmt niet” wordt tot: “Laat hij hen wachten?”). Het lijkt erop dat door dit citaat Sirach 35:14-26, een tekst die God als onpartijdige rechter prijst die het gebed van de wees en de weduwe zeker gaat verhoren, in zijn geheel erbij gehaald wordt om de gelijkenis een eenduidige toepassing te geven. We hebben dus te maken met een gelijkenis van Jezus, waarvan de toepassing in duidelijk bewerkte vorm tot ons is gekomen. Door de bewerking krijgt de tekst als geheel een toespitsing op het onderwerp gebed, terwijl de gelijkenis een ander thema heeft, namelijk aanhoudende inzet voor gerechtigheid. De weduwe komt keer op keer en zij bidt niet, zij eist haar recht op. Door deze redactionele verbinding is de boodschap van Lucas 18 een indrukwekkend pleidooi voor een daadkrachtige spiritualiteit, die een intensieve gebedspraktijk (“altijd bidden” in vers 1; “dag en nacht tot God roepen” in vers 8) – verbindt met het zoeken naar en de inzet voor gerechtigheid. Er worden in gelijkenis en toepassing veel woorden uit het woordveld gerechtigheid gebruikt: ekdikeo/recht verschaffen/straffen/wreken in vers 3 en 5; antidikos/tegenstander in vers 3; krites tes adikias/rechter der ongerechtigheid in vers 6 en ekdikesis/bestraffing in vers 7 en 8. Het verschaffen van recht is duidelijk verbonden met de bestraffing van degene die het onrecht heeft veroorzaakt, maar dit dubbele aspect is in de vertalingen moeilijk tot uitdrukking te brengen.

In de toepassing (vers 6-8) wordt het verhaal – vermoedelijk secundair, maar in overeenstemming met oudtestamentische tradities, waarin een weduwe Israël symboliseert – toegepast op problemen van de eerste gemeente die als een onderdrukte minderheid God vraagt om hun recht te verschaffen. De verzen 6-8 redeneren op basis van een gevolgtrekking a minori ad majus: als een onrechtmatige rechter uiteindelijk recht spreekt, dan zal de rechtvaardige God dat zeker doen en snel ook. Op de achtergrond staat hier het probleem van de zogenaamde Parusieverzögerung (het uitblijven van de wederkomst van Christus). Het wordt beantwoord met de toezegging van vers 8a (“Hij zal snel recht verschaffen”) en de tegenvraag van vers 8b (“zal de Mensenzoon dít geloof vinden?”) en verwijst zo terug op de daadkrachtige inzet van de weduwe, die blijft komen totdat het onrecht is beëindigd. In het afsluitende woord vers 8b wordt de houding van niet opgeven, het daadkrachtig bidden om een rechtvaardige wereld, en bestraffing van de onrechtvaardigen als geloof geduid. Er staat een lidwoord voor pistis/geloof en dat geeft aan, dat geloof hier door het voorafgaande gekwalificeerd is. Waar mensen de neiging hebben, zich neer te leggen bij onrechtvaardige toestanden, moedeloos te worden (vers 1) en God te verwijten dat hij niet ingrijpt (vers 7) speelt Jezus de bal terug: als de Mensenzoon terug zal komen, zal hij dan dit geloof, deze daadkrachtige spiritualiteit vinden?

De verbinding van gelijkenis en toepassing brengt dus een extra dimensie bij het verhaal die niet per se uit de gelijkenis zelf volgt. Laten we daarom kijken, welke boodschap in de karakters en de plot van de gelijkenis zelf verborgen ligt als wij afzien van de toepassing.

'The Unjust Judge and the Importunate Widow', Sir John Everett Millais (1864).

‘The Unjust Judge and the Importunate Widow’, Sir John Everett Millais (1864).

De rechter

De houding van de rechter staat in krasse tegensprak met het dubbele liefdesgebod dat volgens Lucas door iedere wetsgeleerde en ook door Jezus als bindend wordt beschouwd (Lucas 10:27): hij kent geen ontzag voor God en bekommert zich niet om de mensen voor wie hij verantwoordelijk is. Terwijl de wet voor de rechters voorschreef dat zij op gezag van JHWH in de vrees voor Hem moesten handelen en geen onrecht, partijdigheid of corruptie moesten toelaten (2 Kronieken 19:5-7), heeft deze rechter het onrecht tot zijn uitgangspunt gekozen. Daarom wordt hij in vers 6 met een Semitische uitdrukking de “rechter der ongerechtigheid” genoemd. Als hij uiteindelijk toch bezwijkt onder de last (kopos, vers 5, hetzelfde woord ook in Lucas 11:7!) die de aanhoudende confrontatie met de weduwe hem bezorgt, doet hij dat vanuit egoïstische motieven; hij is bang dat zij hem “aanvliegt” (zo de NBV, hypȏpiazein betekent letterlijk “een blauwtje bezorgen”). Het gaat hier om de openlijke vernedering die zo’n aanvaarding voor hem zou kunnen betekenen. De rechter is een eendimensionale figuur: één en al slecht, zelfs als hij het goede doet.

De weduwe als verrassend ambigue figuur

De weduwe is van ouds hét voorbeeld voor sociaal zwakke mensen die – omdat zij door het patriarchale recht niet genoeg beschermd werden! – ter compensatie bijzondere bescherming van God en iedere gelovige moesten genieten (Deuteronomium 10:17-19; 14:28-29; 24:17-22; Jesaja 1:23; 10:1-2). Een weduwe en haar minderjarige kinderen kregen bij het overlijden van de man geen deel van de erfenis; slechts de volwassen mannelijke bloedsverwanten erfden. In de praktijk betekende dat vaak dat een weduwe met de broer(s) van haar overleden man over het kleine haar toekomende deel van het vermogen, de tegenwaarde van haar bruidsschat, moest procederen. De uitkomst van deze rechtsstrijd bepaalde of en hoeveel zij kreeg om zichzelf en haar kinderen in leven te houden. In deze zeer dominante oudtestamentische traditie is de weduwe toonbeeld van kwetsbaarheid en object van barmhartigheid. Maar sterk afstekend tegen deze achtergrond vinden wij in het Oude Testament verschillende verhalen van sterke weduwen, die ondanks hun kwetsbare situatie met list en vastberadenheid toch hun recht wisten te behalen: Tamar (Genesis 38), Ruth, de wijze vrouw van Tekoa (2 Samuel 14) en in de buitencanonieke traditie het boek Judith. Ook de weduwe in de gelijkenis van Jezus weet haar recht uiteindelijk te behalen. Volgens mij speelt Jezus in de gelijkenis met beide Bijbelse tradities: in de situatieschets gebruikt hij de bekende precaire situatie van weduwen om een vrij uitzichtloze situatie neer te zetten. De toehoorders herkennen het stereotype tafereel en vragen: waar komt redding vandaan? Het antwoord is verrassend: het is een combinatie van aan de ene kant vasthoudendheid van de weduwe, die in haast profetische manier haar “verschaf mij recht” blijft herhalen, en aan de andere kant de zwakte aan de kant van de rechter. Het wordt hem te duur. Hij is niet bereid om de prijs van de openbare beschadiging van zijn imago te betalen. Niet religiositeit of naastenliefde, maar puur egoïsme geven de uitslag. De rechter slaat een belachelijk figuur en dit is de kracht van het verhaal: wie zoals de weduwe Gods recht aan zijn of haar zijde heeft en volhoudt, kan zelfs de machtigste tegenstander overwinnen en legt daarbij bloot hoe hol de arrogantie van de macht is.

Annette Merz

Annette Merz

 

 

 

 

 

 

Geraadpleegd

Annette Merz, ‘How a woman who fought back and demanded her rights became an importunate widow – The transformations of a parable of Jesus’, in: T. Holmén (red.), Jesus from Judaism to Christianity, London, 2007, 49-86 (download: http://www.annettemerz.com/downloads/Widow.pdf).

Annette Merz, ‘Die Stärke der Schwachen (Von der bittenden Witwe) – Lk 18,1-8’, in: R. Zimmermann et al. (red.), Kompendium der Gleichnisse Jesu, Gütersloh 2007, 668-681 (download: http://www.annettemerz.com/downloads/GleichnisseLukas.pdf)

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.