RECENSIE: Prikkelende interpretaties van sóms provocerende parabels

Joop Smit, Onkruid vergaat wel. De actualiteit van Jezus’ parabels (Berne Media, 2021), 95 pagina’s, €17,95.

Als er één ding gelukt is aan het nieuwe boek van Joop Smit is het wel de titel: Onkruid vergaat wel. Die titel heeft precies dat verrassende en provocerende waarvan Smit stelt dat het kenmerkend is voor Jezus’ parabels. In zijn boekje (95 pagina’s) bestudeert Smit – voormalig Nieuwtestamenticus aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht – 26 parabels of gelijkenissen uit het Nieuwe Testament. Hij doet dat volgens zijn eigen ‘visie’ (p. 6) en ‘stappenplan’ (p. 9) die hij in een korte inleiding uiteenzet. Jammer is het dat de vruchten van de drie wetenschappelijke benaderingen die hij onderscheidt en zeer kort positioneert (historisch, literair-existentieel, vergelijkend) te weinig terugkomen in de besprekingen van de parabels. De vergelijkende methode, leidend in onze eigen recentelijk bij Berne Media verschenen Parabels. Onderricht van Jezus en de rabbijnen, komt in het geheel niet aan bod en dat voelt, gegeven de wetenschappelijke vooruitgang op dat gebied, toch wel aan als een omissie. Zo zijn er ook nog wat andere kanttekeningen te plaatsen, bijvoorbeeld Smits vertaling van doulos/douloi met dienaren of knechten (waar slaven mijns inziens correcter is), of zijn opmerkelijke speculatie dat de gastheer van het grote feestmaal (Lucas 14:12-24) is uitgesloten door zijn gelijken omdat hij zich ‘te veel voor de armen inzet’ (p. 75).

Fundamenteler is echter de vraag of elke parabel van Jezus daadwerkelijk provoceert – hetgeen volgens Smit kenmerkend is voor de parabels. Hoewel we dit uitgangspunt vaker in de literatuur tegenkomen, is het de vraag hoe terecht het is. John P. Meier heeft juist recent nog geargumenteerd (A Marginal Jew. Vol. 5, 2016, p. 52) dat nagenoeg geen enkele narratieve parabel shockeert. Zo ver zou ik niet willen gaan, maar feit is dat veel parabels simpelweg tonen hoe het er in het alledaagse leven aan toegaat. Zo geeft bijvoorbeeld de parabel van het zuurdesem (Matteüs 13:33, besproken door Smit vanaf p. 43) het normale proces van het bakken van brood weer, zonder een enkele verrassing of provocatie (sommige exegeten hebben gespeculeerd over de verrassende vergelijking van God met een vrouw, maar dat is niet waar het parabelbeeld over gaat). Daarbij komt nog eens de vraag of een verhaalelement nog steeds verrassend is als het blijkt te gaan om een veelvuldig gebruikt verhaalmotief in antieke – Grieks-Romeinse en/of rabbijnse – bronnen. Fundamenteel is overigens ook de vraag wat precies als parabel kwalificeert. Smit bespreekt enkele voorbeelden, bijvoorbeeld Jezus’ onderwijs over de lelies in het veld (Matteüs 6:25-34, p. 26), die qua vorm ver af staan van de narratieve parabel die hij elders (p. 7) zegt te bestuderen.

Echter, dit soort kritische noten leiden wellicht af van wat ik zie als de kracht van Smits boek, namelijk zijn prikkelende, soms zelfs provocerende (jawel), pogingen om de parabels weer sprekend te maken voor de hedendaagse lezer. Zo legt hij de parabel van de zaaier uit als een lachspiegel die ons moet doen nadenken over de wijze waarop we ons vaak al te druk maken over kleine tegenvallers (het ingecalculeerde verloren zaad) en geen oog hebben voor de goede oogst. De ‘parabel’ (zie boven) over de lelies van het veld transformeert Smit tot een kritiek op consumentisme, materialisme en de rol van internationals. Hoewel niet met zoveel woorden genoemd, verbindt Smit de toeslagenaffaire soepeltjes aan de parabel van de rechter en de weduwe. De tien bruidsmeisjes wordt opeens een les over hoe een klein vergrijp of een afgebroken studie je later in je leven dwars kunnen blijven zitten en de parabel van Lazarus en de rijke man wordt zó in een studie van Piketty naar de invloed van ongelijkheid gevlochten. Door deze verbindingen met de moderne tijd doet Smit iets wat veel kundige exegeten nalaten: de parabels weer van venijn en schwung voorzien en daarmee hun appèl aan de lezers (re)activeren. Dat is niet Smits enige verdienste: behendig voorziet hij de lezer van beknopte, maar vakkundige, schetsen van de sociaal-historische achtergrond van parabels, analyseert hij in een paar pennenstreken het plot van de parabels, roept soms verrassende vragen op, en verbindt dat alles aan een theologische en maatschappelijke duiding van de parabels. Dat is een knappe prestatie, waarin wellicht Smits didactische achtergrond als docent een rol speelt.

Kortom: wie op zoek is naar eigentijdse en prikkelende interpretaties van de parabels die aan Jezus worden toegeschreven, kan met een gerust hart bij het vlot geschreven boekje van Smit terecht. Wie meer (wetenschappelijke) verdieping bij de (achtergrond van de) parabels zoekt, doet er wellicht verstandiger aan een ander boek raad te plegen.

Martijn Stoutjesdijk

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.