Parabelproject

Parabel van de maand maart: over dubbele tuinen en het splijten van de zee

In de aanloop naar Pasen en Pesach bespreek ik deze mooie maar gecompliceerde parabel die in de Midrasj wordt verteld naar aanleiding van de doortocht door de Rietzee. Op het einde van de passage zijn verzen van Psalm 114 verwekt. Deze Psalm behoort tot de Hallel-psalmen (113-118) die onder andere met Pesach worden gezongen. In Psalm 114:5 vinden we de essentie van een gesprek met een gepersonifieerde zee:

Waarvoor, zee, neem je de vlucht, Jordaan, trek jij je terug?

Een dialoog tussen Mozes en de zee, vinden we terug in de midrasj voorafgaand aan de parabel, en in de toepassing van de parabel, de nimsjal.

En Mozes strekte zijn hand uit over de zee, en de Eeuwige deed de zee de hele nacht door een sterke oostenwind weggaan, maakte de zee tot droog land, en de wateren kliefden zich (Ex. 14:21),

En de zee stelde zich tegenover hem op. Mozes zei tot hem in de Naam van de Heilige Gezegend zij Hij, dat hij zich moest klieven, maar hij weigerde te gehoorzamen. Daarop toonde hij hem zijn staf, maar hij weigerde te gehoorzamen.

Een gelijkenis. Waarmee is dit te vergelijken?

Met een koning, die twee tuinen had, de één binnenin de ander. Hij verkocht de binnenste. De koper kwam om de binnenste tuin binnen te gaan, maar de bewaker hield hem tegen. De koper sprak tot de bewaker in de naam van de koning, maar hij weigerde te gehoorzamen. Toen toonde hij hem de ring van de koning, maar hij weigerde te gehoorzamen. Totdat de koper kwam, terwijl hij de koning met zich meevoerde. Zodra hij kwam, terwijl hij de koning mee zich meevoerde, sloeg de bewaker op de vlucht. Hij zei tot hem: ‘De hele dag sprak ik tegen je in de naam van de koning, maar je weigerde te gehoorzamen. En nu, waarom vlucht je?’ Hij zei tot hem: ‘Niet vanwege jou vlucht ik, maar vanwege de koning.’

Aldus kwam Mozes en stond bij de zee. Hij zei tot hem in de Naam van de Heilige Gezegend zij Hij, dat hij zich moest klieven, maar hij weigerde te gehoorzamen. Daarop toonde hij hem zijn staf, maar hij weigerde hem te gehoorzamen. Totdat de Heilige Gezegend zij Hij zich aan hem openbaarde in zijn glorie. Zodra de Heilige Gezegend zij Hij zich openbaarde in zijn kracht en in zijn glorie, zette de zee het op een lopen. Gelijk er gezegd is: “De zee zag en week terug” (Ps. 114:3). Mozes zei tot hem: ‘De hele dag spreek ik tot je in de Naam van de Heilige Gezegend zij Hij, maar je weigerde te gehoorzamen. En nu, waarom vlucht je?’ “Wat is er zee, dat je wijkt” (Ps. 114:5)? Hij zei tot hem: ‘Niet vanwege jou, Mozes, noch vanwege jou, zoon van Amram, maar “van voor het aangezicht van de Heer, beef aarde, van voor het aangezicht van de God van Jacob, die de rots omkeerde in een waterpoel, de kei in een waterbron” (Ps. 114:7-8).’

uit: Mechilta de rabbi Isjmael, Besjallach 5; vertaling A.  Kooyman, Als een Koning van Vlees en Bloed, Ten Have, 1977, 39-40.

Marc Chagall, Oversteek door de Rode Zee (1955)

De feitelijke aanleiding van de midrasj is een moeilijkheid in de tekst van Exodus 14:21. Dat vers bevat namelijk twee onderwerpen, Mozes en God: Mozes strekt zijn hand uit over de zee, maar het is God die de zee uiteindelijk laat splijten. Voor de rabbijnen is dit onderscheid betekenisvol: Mozes, een mens, een schepsel, kan wel in opdracht van God werken. Maar hij kan zelf geen wonderen verrichten. In dat opzicht is Mozes gelijk aan de zee.

In de parabel wordt dit verbeeld door een ingewikkelde situatie van een koning die de binnenste van twee tuinen verkoopt. Als de koper naar zijn tuin wil, moet hij door de buitenste tuin, maar daar staat een bewaker die hem er niet door wil laten. Zelfs op vertoon van de zegelring van de koning lukt het de koper niet om de bewaker te overtuigen. Totdat de koning zelf komt en de bewaker “vlucht” (zoals de zee in Ps 114:5).

De meeste elementen van deze parabel kunnen makkelijk uitgelegd worden: De zee staat voor de bewaker; Mozes is de koper; God de verkoper; de ring is Mozes’ staf. Een verklaring voor de twee tuinen is moeilijker te vinden. Volgens Daniel Boyarin (Intertextuality and the Reading of Midrash, Bloomington: Indiana University Press, 1990, ch. 6: ‘The Sea Resists’, 98–99)  staat de dubbele tuin voor een dubbele autoriteit: de binnenste tuin, Mozes’ autoriteit, kan alleen bereikt worden na doorgang door de buitenste tuin, Gods autoriteit.

De boodschap van de mashal en de nimshal is in essentie al verborgen in het dubbele onderwerp van Exodus 14:21. Zonder opdracht en autoriteit namens God, is Mozes een creatuur met niet meer macht dan de machtige zee.

Het gesprek tussen Mozes en Zee, naar aanleiding van Psalm 114, was, behalve voor deze midrasj, ook de aanleiding voor een zeer oud liturgisch gedicht, een Aramese piyyut die is teruggevonden op een papyrus uit Egypte die dateert uit de derde of vierde eeuw. De piyyut is een acrosticon, dat wil zeggen dat elk vers begint met een letter van het Hebreeuwse alfabet. Let op het feit dat Mozes hier net als in de midrasj door de zee ‘Zoon van Amram’ wordt genoemd. Hieronder de piyyut Eizel mosjee (‘Ga, Mozes’) in de Nederlandse vertaling van Arie Kooyman.

alef.     ‘Ga, Mozes en sta bij de zee, en zeg tot de zee: Wijk voor mij!

beth.    In mijn Naam zul je gaan en zeggen tot de zee: Ik ben de gezondene van “de Koning der ere” (Ps 24:8).

gimmel. Toon je pad voor een korte tijd, totdat de geliefden van de Heer door jou heen zullen trekken.

dalet.   Want de stammen van Jacob zijn in nood en hun vijanden achtervolgen hen.’

he.       Hier sloot de zee zich voor hen, terwijl de vijand hen achtervolgde.

wav.    En Mozes ging en stond bij de zee en zei tot de zee: ‘Wijk voor mij!’

zain.    De zee week voor Mozes, toen hij de wonderstaf in zijn hand zag.

chet.   Grote woede voer in de zee en hij begon met Mozes te twisten:

tet.      ‘Je vergist je, zoon van Amram, want ik zal me niet onderwerpen aan één die uit een vrouw geboren is.

jod.     Ik ben drie dagen ouder dan jij, hoe denk jij mij te kunnen onderwerpen?’

kaf.     ‘Het is alsof je opschept’, sprak Mozes tot de zee, ‘dat je niet tegen je wil zult worden onderworpen.

lamed. Waarom sta jij tegenover mij en ik tegenover jou, dit is niet het moment voor een geding.

mem.   De Koning der koningen heeft mij tot jou gezonden om de zonen van mijn vriend (Abraham, zie Jes. 41:8) door jou te laten trekken.’

nun.     De zee brulde uit alle macht en wilde zich niet gewonnen geven.

samech. Tenslotte zei de zee tot Mozes: ‘Zoon van Amram, je mag niet opscheppen!’

ajin.     Mozes antwoordde en zei tot de zee: ‘Hij die jonger is dan jij zal je onderwerpen.

pe.       De zee opende zijn mond en zei tot Mozes: ‘Zoon van Amram, je mag niet hoogmoedig zijn!’

tsade. De zee schreeuwde uit alle macht en de zee wilde zich niet onderwerpen.

qof.     De stem van de heilige Geest riep tot Mozes en het Woord was met Mozes in gesprek:

resj.    ‘De Verhevene heeft de wonderstaf aan Mozes gegeven.’

sjin.     Toen de zee het Woord met Mozes hoorde spreken,

taf.      was de zee van alle macht beroofd, en de stammen van Jacob trokken er door.

vertaling A.  Kooyman, Als een Koning van Vlees en Bloed, 40-41

Lieve Teugels

Lieve Teugels

 

 

Afbeelding bovenkant: Engelse tuin (www.gardendesign.com)

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.