Parabelproject

Parabel van de maand augustus: de duif in de rotskloof

De parabel van deze maand komt uit de Mekhilta de Rabbi Ishmael, Beshalach 3:

Maar ​Mozes​ antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, sta stil. Dan zult u zien hoe de HEER vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien.  (Exodus 14:13)

midrasj

De Israëlieten zeiden tot hem: ‘Wanneer?’ Mozes zei tot hen: ‘Vandaag rust de heilige Geest op jullie.’ Want overal betekent ‘stilstaan’ niets anders dan de heilige Geest. Gelijk geschreven is: “Ik zag de Eeuwige stilstaan bij het altaar”  (Amos 9:1). En de Eeuwige kwam en stond stil en riep zoals de eerste keer: “Samuel, Samuel!” (1 Sam. 3:10). En de Schrift zegt: “Roep Jozua en staat stil in de tent der samenkomst en Ik zal hem bevel geven” (Deut. 31:14).

masjal

I. Waarmee kunnen de Israëlieten vergeleken worden op dat moment? Met een duif die vlucht voor een havik, en een rotskloof binnengaat waar een slang sist. Gaat zij naar binnen, zie daar is de slang. Gaat zij naar buiten, zie daar is de havik.

II. Zo was het ook met de Israëlieten op dat moment. De zee versperde de weg, de vijand achtervolgde hen. Terstond vestigden zij hun ogen op het gebed. Over hen is in de Geschriften duidelijk gesproken: “Mijn duif die in de rotskloven is” (Hoogl. 2:14). En er is gezegd: “Want je stem is zoet en jouw aanblik lieftallig” (Hoogl. 2:14). “Want je stem is zoet” – in gebed. “En jouw aanblik is lieftallig” – in de studie van de Tora. Een andere uitleg: “Want je stem is zoet” – in gebed. “En jouw aanblik is lieftallig” – in goed werk.

Om deze masjal en de voorafgaande midrasj goed te begrijpen moeten we de context van het vers dat hier aan de orde is, Exodus 14:13, erbij nemen. De Israelieten zijn in een benarde situatie terechtgekomen. Ze bevinden zich, als het ware, tussen Skylla en Charibdis, tussen het Egyptische leger, en de Rode zee. In de voorafgaande verzen klagen ze, niet zonder reden, tot Mozes:

‘Waren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? Hoe kon u ons dit aandoen! Waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald? Hebben we niet al in Egypte gezegd: “Laat ons toch met rust, laat ons maar als ​slaven​ voor de Egyptenaren werken, want dat is altijd nog beter dan om te komen in de woestijn”?’ (Exodus 14:11-12)

De woorden ‘sta stil’ in vers 14, ons basisvers, lijken een beetje vreemd in dit vers: hoezo moeten ze stilstaan? Ze staan al stil, ze kunnen niet verder? In de midrasj wordt er een verband gelegd tussen de woorden ‘sta stil’ en de goddelijke redding die Mozes aankondigt. Telkens als deze uitdrukking gebruikt wordt in de Tenach, zou deze op de ‘Heilige Geest’ wijzen, dat wil zeggen, op Gods aanwezigheid. De Israelieten kunnen beter pas op de plaats maken, en wachten op de redding die van God komt.

In de parabel (I) wordt de nijpende situatie van de Israeliëten tussen de Egyptenaren en de zee, verbeeld door een duif: ontsnapt zij aan een havik door te vluchten in een rotskloof, dan valt ze ten prooi aan een slang. Ook zij kan beter ‘stilstaan’ en wachten op redding. In een andere versie van deze parabel, in het zustergeschrift Mekhilta de rabbi Shimon bar Yochai, wordt dit explicieter gemaakt:

Ze begon te piepen en met haar vleugels te klapperen, zodat de eigenaar van de duiventil haar zou horen en haar te hulp zou schieten

Het is maar de vraag of deze aanvulling origineel is, want het beeld van de rotskloof past beter bij een wilde duif dan bij een tamme duif uit een duiventil. Echter, het verband met de nimsjal, de toepassing (II), wordt zo wel duidelijker: Parallel aan de piepende en klapperende duif, richten de in het nauw gedreven Israelieten zich tot God in gebed. In de verzen uit het Hooglied die hier worden geciteerd, lijken beeld en toepassing zich te vermengen: ook in het Hooglied wordt Israel verbeeld door een duif in een rotskloof, tenminste als we de traditionele rabbijnse interpretatie volgen dat het Hooglied de liefde tussen God en Israel bezingt. Aan het eind van de nimsjal volgt nog een ‘rabbijnse’ excurs die, aan de hand van het Hooglied, het gebed verbindt met twee andere belangrijke religieuze verdiensten: Tora(studie) en goede werken. Dat met name het Hooglied wordt geciteerd in deze midrasj over de Exodus mag niet verbazen: het Hooglied is immers de feestrol voor Pesach.

Lieve Teugels

Lieve Teugels

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *