Parabelproject

Parabel van de maand april: een parabel uit de Herder van Hermas

parabel-van-de-maand

In deze rubriek presenteren wij normaal gesproken een rabbijnse parabel (mashal) uit de midrash. Ditmaal maken wij echter een uitstapje naar een exotische vroegchristelijke tekst…

Hoewel Jezus vooral bekend staat als dé parabelverteller van het christendom, is het niet zo dat er na Jezus geen enkele nieuwe parabel meer in het vroege christendom gecomponeerd werd. In de Herder van Hermas vinden we er zelfs tien! De Herder van Hermas is een vroegchristelijk werk uit (waarschijnlijk) het begin van de tweede eeuw, dat weliswaar nooit aanspraak maakte op een plaats in de canon, maar wel immens populair was in de eerste eeuwen van de kerk. In deze blog kijken we naar de vijfde parabel uit de Herder van Hermas (‘De slaaf en de wijngaard’), die verteld wordt om uit te leggen hoe je zou moeten vasten. Hieronder volgt een vertaling. Welke overeenkomsten en verschillen zie je met de parabels uit het Nieuwe Testament, en aan welke parabel(s) van Jezus doet deze parabel je denken?

WijngaardLuister naar de parabel die ik je zal vertellen, en die het vasten betreft.

Een zekere man had een landgoed en vele slaven, en een deel van zijn landgoed had hij beplant als wijngaard; en hij koos een zekere slaaf die betrouwbaar en aangenaam was en die goed bekend stond. Hij riep hem en zei tot hem: “Neem deze wijngaard, en omhein het, maar doe niets meer aan de wijngaard. Houd je aan dit gebod, en je zult vrij zijn in mijn huis.”  Toen ging de meester van de slaaf in het buitenland op reis.

Toen hij weg was gegaan, ging de slaaf aan de slag en omheinde de wijngaard, en toen hij klaar was met het omheinen van de wijngaard, viel hem op dat de wijngaard vol onkruid was. Hij overlegde met zichzelf en zei: “Dit gebod van mijn heer heb ik uitgevoerd, en nu zal ik de wijngaard omploegen, en het zal er beter uitzien als het geploegd is; en als het geen onkruid meer heeft zal het meer gewassen opleveren, omdat die niet worden verdrongen door het onkruid.”

En hij ploegde de wijngaard om en trok al het onkruid dat in de wijngaard was uit. En de wijngaard zag er zeer goed uit en bloeide volop, omdat het geen onkruid meer had om het te verdringen.

Na een tijdje kwam de meester van de slaaf terug en ging naar de wijngaard. Toen hij zag hoe keurig de wijngaard omheind was, en ook nog omgeploegd en al het onkruid uitgetrokken, en de wijnstokken bloeiend, verheugde hij zich zeer over wat zijn slaaf had gedaan.

Toen riep hij zijn geliefde zoon, die zijn erfgenaam was, en de vrienden die zijn adviseurs waren, en vertelde hen wat hij zijn slaaf had opgedragen, en hoeveel (meer) hij had gevonden. En zij verheugden zich met de slaaf over de getuigenis die zijn meester over hem had afgelegd.

En hij zei tot hen: “Ik beloofde deze slaaf zijn vrijheid als hij het gebod, dat ik hem opdroeg, zou eren; maar hij eerde mijn gebod én deed daarnaast nog meer goed werk in mijn wijngaard, en deed mij enorm veel plezier. Voor het werk dat hij heeft gedaan, wil ik hem graag mede-erfgenaam maken, samen met mijn zoon, omdat, toen een goede gedachte hem binnenviel, hij deze gedachte niet verwaarloosde, maar verwerkelijkte.”

De zoon van de meester stemde in met dit idee, dat de slaaf mede-erfgenaam van de zoon zou worden.

Na enige dagen hield zijn meester een feest en stuurde hem [de slaaf] veel lekkernijen van het feest. Maar toen de slaaf deze ontving, nam hij alleen wat genoeg voor hem was, en de rest verdeelde hij over zijn medeslaven.

En zijn medeslaven verheugden zich zeer toen zij de lekkernijen ontvingen, en begonnen te bidden voor hem, dat hij nog meer genade zou vinden in de ogen van de meester, omdat hij hen zo fraai behandeld had.

De dingen die waren voorgevallen kwamen ter ore van de meester, en opnieuw verheugde die zich zeer over zijn [de slaafs] daden. Dus riep de meester zijn vrienden en zijn zoon opnieuw bijeen, en vertelde hun over hetgeen hij gedaan had met de lekkernijen die hij ontvangen had; en zij waren het er nog meer over eens dat zijn slaaf mede-erfgenaam van de zoon zou moeten worden.

Omdat de parabel al zo lang is, zullen wij de uitgebreide toepassing van de parabel hier niet citeren. Hoe denk je zelf dat de toepassing eruit zou moeten zien?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *