Parabelproject

Denzel Washington en de ‘Prince of Difficult Parables’

Hoewel Denzel Washington tot mijn favoriete Hollywood-acteurs behoort, bleek recent dat ik niet al zijn films kende. De thriller Out of Time (2003) was altijd aan mijn aandacht ontsnapt – en dus wist ik wat mij op een regenachtige zomeravond te doen stond. De hoofdpersoon van deze film (uiteraard gespeeld door Washington) is het plaatselijke hoofd van de politie in een stadje aan de kust van Florida. Hij is verre van een perfecte politieagent; hij drinkt onder werktijd en ligt bovendien in scheiding met zijn ambitieuze vrouw (Eva Mendes), die als rechercheur in LA werkt. Wanneer zijn maîtresse fingeert terminaal ziek te zijn, steelt hij geld uit de politiekluis om haar alternatieve behandeling te bekostigen. Als hij niet alleen daarvoor, maar ook (onterecht) van brandstichting en moord verdacht wordt, gaat de politieman steeds vaker en extremer buiten zijn boekje om zichzelf te redden. Uiteindelijk weet hij het geld terug te bezorgen, maar is het slechts dankzij zijn vrouw dat al zijn wederrechtelijke capriolen niet naar buiten komen, en hij zijn positie kan behouden.

15Deze Denzel Washtington-film lijkt op het eerste gezicht een vrij standaard Hollywoord thriller, zonder veel pretenties, met een duidelijke held en een happy end. Interessant vond ik echter, dat wat mij betreft de ‘held’-status van de politieman aan het einde van de film een bitter nasmaakje had. Had de regisseur van Out of Time, Carl Franklin, bewust een zekere morele ambiguïteit opgeworpen rond de hoofdpersoon (niet erg waarschijnlijk, het genre kennende), of was Franklin oprecht van mening dat het de politieman vrij stond de wettelijke en morele normen te overschrijden om zijn status te beschermen?

Aan dit alles moest ik denken, toen ik deze blog voorbereidde over de parabel van de Onrechtvaardige Rentmeester (Lucas 16:1-8):

[1] Hij zei ook, nu tegen zijn leerlingen: ‘Een rijk man had een rentmeester, maar hij kreeg klachten dat die zijn bezit verkwistte. [2] Hij riep hem bij zich en zei: “Wat hoor ik daar over u? Ik wil dat u rekenschap aflegt, want zo kunt u geen rentmeester blijven.” [3] De rentmeester zei bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Mijn heer ontneemt mij het beheer. Spitten kan ik niet, en bedelen, daar schaam ik me voor. [4] Ik weet al wat ik moet doen om te zorgen dat ze me, na mijn ontslag als rentmeester, in hun huis ontvangen.” [5] Een voor een liet hij de pachters van zijn heer bij zich komen. Tot de eerste zei hij: “Hoeveel ben je mijn heer schuldig?” [6] Die antwoordde: “Honderd vaatjes olijfolie.” Hij zei: “Hier is het contract, ga zitten en maak er vlug vijftig van.” [7] De volgende vroeg hij: “En jij, hoeveel ben jij hem schuldig?” Die antwoordde: “Honderd zakken tarwe.” De rentmeester zei tegen hem: “Hier is je contract, maak er tachtig van.” [8] De heer prees de gewiekste aanpak van de onrechtvaardige rentmeester. (Willibrordvertaling)

Rond deze parabel is enorm veel discussie; ze heeft dan ook onder meer de bijnamen “het zorgenkindje van de parabelexegese” en “de prins der moeilijke parabels” gekregen (zie Ireland 1989). Het probleem van de parabel zit ‘m erin dat het lijkt alsof de heer in vers 8 het oneerlijke gedrag van de rentmeester goedkeurt. Jezus stelt vervolgens in de toepassing dat wij – “kinderen van het licht” – ook zo gewiekst moeten worden; ook wij moeten vrienden maken met behulp van de “geldduivel” (vers 9). Zo lijkt zowel de film, als deze gelijkenis varianten te zijn op het gezegde dat het doel alle middelen heiligt.

Hoe moeten we deze moeilijke, moreel ambigue parabel interpreteren? In het recente verleden hebben verscheidene wetenschappers (zoals de eerder genoemde Ernest van Eck) antieke papyri gebruikt om de parabels te begrijpen. Zij stellen dat het (gedeeltelijk) kwijtschelden van schulden vaak gebeurde in de Oudheid, en tevens een manier was voor rijke mensen (patronen) om hun pachters of cliënten nog meer aan hen te binden. De listige rentmeester vergrootte met zijn acties dan ook niet alleen de loyaliteit van de pachters aan hemzelf, maar ook aan zijn meester – die dus niets anders kon doen dan de rentmeester prijzen om zijn sluwheid.

Ets van Jan Luyken in de Bowyer Bible

Ets van Jan Luyken in de Bowyer Bible

Toch bevredigt deze oplossing mij niet geheel. De gehaastheid waarmee de rentmeester te werk gaat, toont duidelijk aan dat de rentmeester zelf in ieder geval niet op de goedkeuring rekende van zijn heer. De crux zit ‘m wat mij betreft wel degelijk in de verrassing op het einde. Zoals we ook al op eerdere blogs schreven, hebben parabels vaak een schokeffect, en bevindt de betekenis van de gelijkenis zich vaak in die schok. Wat wij gewend zijn van de parabels in het Nieuwe Testament is dat rijke mensen (koningen, rechters, landeigenaren) vaak tegenover arme mensen (slaven, pachters, weduwen) staan. In het conflict tussen die twee groepen, loopt het soms goed af met de ondergeschikte klasse (denk aan de parabel van de Weduwe en de Rechter), maar soms ook niet (de parabel van de Onbarmhartige Slaaf). Het Nieuwe Testament is vaak kritisch op rijken, en de macht die zij – vaak door schulden – hebben over de armen. Wat hier verrast is echter dat beide partijen opeens naast elkaar komen te staan: de ondergeschikte rentmeester (wellicht zelfs een slaaf) doet in machtsge- en misbruik niet onder voor zijn heer. Dat de heer zijn rentmeester prijst, wordt wellicht veroorzaakt doordat de heer zich in zijn ondergeschikte en diens gedrag herkent. Daarmee vormt de parabel de waarschuwing niet te denken dat slecht gedrag voorbehouden is aan zij die macht hebben en rijk zijn. Zouden wij ons, in hun situatie, echt beter gedragen?

In één van de dialogen van Out of Time zegt iemand tegen de politieman: “Stop thinking like a cop for five seconds, alright?”. Uiteraard is het bijna onmogelijk een dergelijk referentiekader zomaar los te laten. Ook in het Nieuwe Testament blijkt het moeilijk te zijn voorbij het schema ‘rijken zijn slecht – armen zijn goed’ te kijken. De parabel van de onrechtvaardige rentmeester toont echter aan dat het koninkrijk van God voorbij gaat aan categorieën van goed en slecht, machtig en machteloos, meester en dienaar. Zo kan soms juist een parabel of een film met een wrange nasmaak ons op een verrassende manier aan het denken zetten. En mocht het binnenkort weer gaan regenen, dan weet u welke film u moet gaan kijken.

Leestips:

  • Bernard Brandon Scott, Hear then the Parable, Minneapolis: Augsburg Fortress, 1989 (met name hoofdstuk 11).
  • Dennis J. Ireland, ‘A History of recent Interpretation of the Parable of the Unjust Steward (Luke 16:1-13)’, Westminster Theological Journal 51 (1989), 293-318 (zie hier voor de online versie).

    Martijn Stoutjesdijk

    Martijn Stoutjesdijk

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *