Parabel van de maand januari: paard en ruiter

‘Paard en ruiter wierp hij in zee’ (Exodus 15:1):  Lichaam en ziel verbeeld door de Lamme en de Blinde

Lied van de zee

Lied van de zee

Het Lied van de Zee, dat gezongen werd door de Israelieten nadat ze de Rietzee waren doorgetrokken, vervult een centrale plaats in de Joodse geschiedenis, literatuur en liturgie. Het is opgenomen in de siddoer, het joodse gebedenboek en wordt traditioneel dagelijks gelezen tijdens de ochtenddienst. Het Lied was ook de portie uit de Tora die dit jaar op sjabbat 23 januari in de synagoges werd gelezen. Dat was ook nog eens Toebisjvat – het nieuwjaar van de bomen. Daarom hebben we voor deze Parabel van de Maand een parabel over een stuk van dit lied gekozen, die ook nog eens over een boomgaard gaat. In de Torarol, de met de hand geschreven perkamentrol die wordt gebruikt voor het reciteren van de Tora (het layenen), heeft het Lied een heel speciale lay-out, zoals op bijgevoegde afbeelding te zien is. Als het ware worden de rijen Israëlieten die door de aan weerszijde wijkende zee trokken, hier verbeeld door de opmaak van de tekst (zie de afbeelding).

In het eerste vers van het Lied treffen we de bekende zin ‘Paard en zijn ruiter wierp Hij in zee’. Dit vers is het aanknopingspunt voor onze parabel (zie hieronder), zij het niet direct. Deze parabel maakt deel uit van een midrasj die het vers van het paard en zijn ruiter die samen in zee worden geworpen verbindt met een heus filosofisch-theologisch probleem, namelijk dat van het verband tussen lichaam en ziel. De midrasj, zoals vaak, gaat uit van een klein detail in de tekst, namelijk dat er sprake is van het paard en zijn ruiter. Dit bezittelijk voornaamwoord verbindt het paard met de Egyptische ruiter. Beide ondergaan samen de verdrinkingsdood. ‘Waarom ook het paard?’ zou je kunnen denken. De midrasj, die ervan uitgaat dat geen enkel detail zonder reden in de bijbeltekst staat, geeft een antwoord door een goddelijk gericht op te voeren. Daar zet Hij de ruiter op het paard, net als bij de achtervolging van de Israëlieten bij de Zee, en bericht Hij ze samen, als een eenheid.

Onmiddellijk daarna voert de midrasj een Romein met de naam Antoninus ten tonele. Deze Antoninus wordt met verschillende Romeinse keizers geïdentificeerd, maar het belangrijkste is dat hij hier staat voor een sceptische Romeinse filosoof. Antoninus stelt aan Rabbi, de bekende derde-eeuwse rabbijn Jehuda ha-Nasi, de vraag hoe het volgens hem zit met lichaam en ziel: welk van beide is eigenlijk verantwoordelijk voor misstappen? Sinds Plato worden paard en ruiter gebruikt als beeld voor de scheiding, of zo men wil, de samenhang tussen, lichaam en ziel. Dit verklaart de enigszins abrupte overgang tussen het exegetische detail van het paard en zijn ruiter, en de filosofische vraag van de verhouding tussen lichaam en ziel.

Het paard en zijn ruiter wierp Hij in zee (Exodus 15:1)

(Midrash)

De Heilige Gezegend zij Hij, leidde het paard en zijn ruiter voor, en Hij trad met hen in het gericht. Hij zei tegen het paard: ‘Waarom draafde jij achter mijn zonen aan?’  Het zei: ‘De Egyptenaren deden mij draven tegen mijn zin.’ Gelijk er gezegd is: De Egyptenaren achtervolgden.’(Ex. 14:9). Dan zei Hij tegen de Egyptenaar: ‘Waarom reed jij achter mijn zonen aan?’  Die zei: ‘Het paard deed mij rijden tegen mijn zin.’ Zoals gezegd is: Want het paard van Farao ging. (Ex. 15:19). Wat deed God dus? Hij deed de mens rijden op het paard en oordeelde hen tezamen. Zoals gezegd is: Het paard en zijn ruiter wierp Hij in zee (Exodus 15:1).

Antoninus vroeg Rabbi. ‘Wanneer een mens sterft en zijn lichaam houdt op te bestaan, treedt de Heilige Gezegend zij Hij dan daarmee in het gericht? Hij zei tot hem: ‘Voor je me vraagt naar het lichaam dat onrein is, moet je me vragen naar de ziel die rein is’.

(Mashal)

Hij maakte de volgende vergelijking. Waarmee is dit te vergelijken? Met een koning van vlees en bloed die een prachtige boomgaard had. De koning stelde daarin twee bewakers, de één lam, de ander blind. De lamme zei tegen de blinde: ‘Ik zie prachtige jonge vruchten. De blinde zei tegen de lamme: ‘Alsof ik kan zien?!’ De lamme zei tegen de blinde: ‘Alsof ik kan lopen?!’ De lamme reed op de rug van de blinde en ze liepen en plukten de vijgen. Na een paar dagen kwam de koning en hij oordeelde over hen. Hij zei tot hen: Waar zijn de jonge vruchten?  De blinde zei: ‘Alsof ik kan zien?!’ De lamme zei: ‘Alsof ik kan lopen?!’ De koning was slim; wat deed hij? Hij liet de ene rijden op de rug van de ander, en zo liepen ze.  De koning zei tot hen: ‘Zo heb je het gedaan, en je hebt ze opgegeten’.

Zo leidt de Heilige, Gezegend zij Hij, het lichaam en de ziel voor en Hij treedt met hen in het gericht. Hij zegt tot het lichaam: ‘Waarom heb je tegen me gezondigd’? Het zegt tegen Hem: ‘Heer van de Wereld, vanaf de dag dat de ziel me verliet, lig ik hier neer als een steen.’ Hij zegt tegen de ziel: ‘Waarom heb je tegen me gezondigd’? Die zegt tegen Hem: ‘Heer van de Wereld, heb ik gezondigd? De ziel heeft gezondigd! Vanaf de dag dat ik uit hem ben gegaan, ben ik niet zuiver geweest voor U?’  De Heilige neemt de ziel en stopt hem in het lichaam en Hij oordeelt beide samen. Zoals gezegd is: En Hij roept tot de hemel boven – om de ziel te brengen, en tot de aarde (Ps. 50:4) – om het lichaam te brengen, en daarna: om het met hem te oordelen (Ps. 50:4 verv.)

uit: Mekhilta de rabbi Sjimon bar Jochai op Exodus 15:1 (vertaling Arie Kooijman)

 

In deze parabel treffen we nog een derde duo, naast paard-en-ruiter en lichaam-en-ziel, namelijk een lamme en een blinde bewaker van een boomgaard. Deze parabel was zo bekend dat hij in één van de oude bronnen, de Mekhilta de rabbi Isjmaël, na de introductie van de lamme en de blinde wordt samengevat met de woorden ‘enzovoort, tot om het met hem te oordelen.’ Ik laat de parabel voor zich spreken – zo zijn parabels bedoeld. De mens kan zich niet verschuilen achter de drijfveren van zijn lichaam, of de capriolen van zijn ziel of zijn geest (wat het onderscheid ook moge zijn – de rabbijnen maakten het in elk geval niet): ze vormen een geheel en met de combinatie moeten we het doen.

Lieve Teugels

Lieve Teugels

 

Dit vind je misschien ook leuk...

2 reacties

  1. K. Slettenaar schreef:

    In deze corona-tijd komt de verbinding tussen lichaam en ziel onverwacht meer naar voren. Ik zie dit vooral gebeuren in bijv. de verzorgingshuizen waar mensen maandenlang vrijwel alleen functioneel lichamelijk contact ervoeren. Het fysieke contact met dierbaren was niet mogelijk. Het laat naar mijn idee iets zien over hoeveel zielscontact met anderen te maken heeft met fysiek contact. Hoezeer lichaam en ziel dus met elkaar verbonden zijn.

    Mijn vraag tav de rabbijnse parabel is: klopt de zin ‘De blinde reed op de rug van de lamme’? Het lijkt mij toch omgekeerd te zijn: dat de lamme op de rug van de blinde reed, zodat de blinde kon lopen en de lamme kon zien waar ze heen moesten?

    • Martijn Stoutjesdijk schreef:

      Beste heer of mevrouw Slettenaar, dank voor uw bericht! U heeft de tekst scherp gelezen – inderdaad is er een foutje ingeslopen: de lamme rijdt uiteraard op de rug van de lamme. Ik heb de fout inmiddels in de tekst hersteld. Dank u dat u ons er attent op heeft gemaakt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.