Maimonides en Het Paleis van de Koning

De afgelopen jaren hebben we op deze website veel blogs gepubliceerd over parabels in het antieke jodendom en christendom. Dit jaar willen wij onze blik op drie manieren verbreden: naar parabels uit andere perioden in het jodendom en christendom, naar parabels in andere culturen en religies én naar parabels in de literatuur en de filosofie. Om die verbreding mogelijk te maken hebben we een aantal experts gevraagd een gastblog te schrijven over parabels in hun vakgebied. De vijftiende blog in de serie wordt geschreven door filosoof dr. Victor Kal. Victor Kal (1951) doceert wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en is onder meer bekend vanwege zijn recente boek De list van Spinoza (2020).

Naar de opvatting van Aristoteles is het beschouwelijke leven (bios theorètikos) de hoogste vorm van leven. In de kern van de zaak is dit een zuiver intellectuele aangelegenheid. Te verwijlen bij wat te midden van het zijnde goddelijk en eeuwig is, dient geen hoger doel. Het beschouwelijke leven zoals Aristoteles het ziet staat dan ook niet in dienst van het praktische leven. Maar ook zelf heeft het niet het karakter van een religieuze of mystieke praktijk. Het gaat heel sober om een kennis-ideaal. Door dit ideaal te cultiveren bereikt de mens perfectie, voor zover dat voor een mens mogelijk is.

De filosoof Maimonides

Mozes Maimonides (standbeeld in Cordoba, Spanje)

Ook Mozes Maimonides (1138–1204) is van Aristoteles’ kennis-ideaal doordrongen. Dat confronteert hem dadelijk met een ernstig probleem, want ‘Torah spreekt de taal van mensen’, dit is een taal waarin eigenlijk alles zintuiglijk en lichamelijk voorgesteld wordt. Het gaat dan bijvoorbeeld over een God die ‘afdaalt’ tot zijn volk en dat volk ‘met krachtige hand’ uit Egypte bevrijdt. In zijn grote werk De gids der verdoolden bestrijdt Maimonides evenwel met grote ijver iedere antropomorfe voorstelling van God. Voor het wezen van God zijn er eigenlijk überhaupt geen woorden. Dit te beseffen, en je dan toch helemaal op diezelfde God te richten, is dan vanzelf het beste leven dat een mens kan leiden. Deze zienswijze creëert een zekere afstand tussen Maimonides en Torah. Maimonides is filosoof.

Maar Maimonides is ook de erfgenaam van wat na Aristoteles komt. Het latere denken, zoals het zich ontwikkelt in de context van het neoplatonisme en het stoïcisme, en dit ‘hellenisme’ weer zoals het zich ontwikkelt in de context van islamistische en joodse tradities, houdt vast aan dat abstracte kennis-ideaal, maar voegt twee dingen toe. Niet alleen krijgt de ‘goddelijke wetenschap’ nu tevens het karakter van religieuze verering, bovendien heeft zij nu ook praktische implicaties. Juist de nabijheid tot G-d die typerend is voor de filosoof, stelt deze filosoof er tevens toe in staat meer dan wie dan ook als profeet en als staatsman op te treden. Met het oog daarop moet deze figuur dan wel afdalen tot het niveau van de verbeelding, want alleen langs die weg kan hij voor het volk van betekenis zijn.

Zozeer als de zuiver intellectuele wetenschap verheven is boven allerlei zintuiglijke voorstellingen, zozeer is ook de ontwikkelde elite verheven boven het primitieve volk. De hiërarchie waarvan aldus sprake is wordt door Maimonides nauwkeurig uitgewerkt. In één van de laatste hoofdstukken van De gids der verdoolden  (III 51) komt hij met een parabel waarin hij deze hiërarchie nog eens beknopt presenteert. De parabel zelf is uiterst simpel en zegt eigenlijk niets. Dadelijk erna zorgt Maimonides echter voor de nodige uitleg, zodat er voor misverstand weinig ruimte overblijft.

De parabel van Het Paleis van de Koning

De Gids der Verdoolden, het boek waarin de parabel van Het Paleis van de Koning opgenomen is.

De parabel vertelt over een koning en over de mate waarin zijn onderdanen zijn aanwezigheid meemaken. (1) Het verst van de koning verwijderd zijn degenen die hun leven buiten de stad doorbrengen. (2) Nu zijn er ook die zich in de stad ophouden, zij het dat zij de rug toekeren aan het paleis waarin de koning verblijft. (3) Anderen oriënteren zich wel op dat paleis. (4) Weer anderen gaan zelfs op zoek naar een poort die er toegang toe geeft. (5) Sommigen vinden die poort en gaan naar binnen; zij bevinden zich in het voorportaal van het paleis. (6) Van hieruit kun je doordringen tot in de binnenste hof, waar ook de koning is. (7) Nu is het mogelijk de aanwezigheid van de koning werkelijk mee te maken en hem te zien en met hem te spreken.

In de literatuur wordt deze parabel aangeduid als de parabel van ‘het paleis van de koning’, of als de parabel van ‘het paleis van de sultan’. Je kunt hierin een dubbele bodem vermoeden. Zoals de filosoof gemoedsrust vindt in de nabijheid van God (de ‘koning’), zo heeft Maimonides persoonlijk wellicht rust gevonden in de nabijheid van de sultan, in wiens verblijven hij werkzaam was.

Laten we eens kijken wat Maimonides met deze parabel wil zeggen. Het gaat zoals gezegd om een hiërarchie; de rangorde die daarin ligt is meedogenloos. (1) De eerste categorie heeft überhaupt geen opvattingen, noch door zelf te denken, noch door de traditie te volgen. Het gaat om primitieve wezens, beneden het niveau van de mens, maar boven het niveau van de aap. Je vindt ze in het diepe Zuiden of in het hoge Noorden. (2) De tweede categorie heeft wel opvattingen, en gedacht wordt hier ook. Zinvol is één en ander echter niet, want het denken is bij deze mensen louter dwaling, en als zij zich aansluiten bij een autoriteit, dan is dat de verkeerde. In feite zijn zij erger dan de eerste groep, want zij vormen een gevaar voor anderen. Daarom is het soms beter hen ter dood te brengen en hun opvattingen uit te wissen. (3)  Over de derde categorie is Maimonides heel kort: de onwetenden (amé-ha’arets) die braaf de verplichtingen (mitswot) in acht nemen die Torah aan de jood oplegt. (4) De vierde categorie zijn de Talmoed-geleerden. In hun opvattingen oriënteren zij zich enkel op de traditie. Met wat aan de religie ten grondslag ligt houden zij zich niet bezig. Ten gevolge daarvan ligt het niet in hun vermogen vast te stellen wat allerlei overgeleverde opvattingen nu eigenlijk waard zijn.   Kort samengevat kunnen we zegen dat de eerste twee categorieën buiten het jodendom staan, terwijl de derde en de vierde categorie zich wel binnen het jodendom ophouden, maar dat op een dermate conventionele of traditionele manier dat beide groepen buiten het denken en buiten de filosofie staan.

Hier aangekomen begint het voor Maimonides pas. (5) In de vijfde categorie denken mensen wel na over de fundamentele principes van de religie en proberen zij dienaangaande waar mogelijk met bewijzen te komen. Daarbij is hun uitgangspunt de natuur. Op die manier zijn ze verder gekomen dan de beoefenaars van de wiskunde en de logica; die behoren nog tot de vierde categorie. (6) Met de zesde categorie heeft de beoefening van de fysica (die in de vijfde categorie begon) de nodige perfectie bereikt; hier begint de ‘goddelijke wetenschap’. Deze wetenschap wordt ook wel aangeduid als ‘metafysica’. In deze categorie houden zich de ware geleerden (chakhamim) op. (7) In de zevende categorie, tenslotte, richten deze geleerden de aandacht alleen nog maar op God. Wanneer zij zich met de wereld bezighouden, dan is dat uitsluitend om langs die weg het bestaan van God te bewijzen. Dit bestaan is zelf echter, zo weten we al, boven de stoffelijke wereld verheven en als zodanig buiten het bereik van de mens.

Aan het abstracte godsbesef dat in de zevende categorie bereikt wordt koppelt Maimonides vervolgens nog twee andere dingen. Op het eerste gezicht kan het één niet met het ander samengaan. Van de ene kant laat hij hier een ‘liefde voor God’ beginnen die eigenlijk alleen mogelijk is wanneer je je losmaakt van de gemeenschap en je op jezelf terugtrekt. Er is dan sprake van een amor Dei intellectualis (‘intellectuele liefde voor God’), – net als in Spinoza’s Ethica. Van de andere kant stelt juist deze nabijheid tot God de filosoof ertoe in staat God na te volgen in de manier waarop hij de wereld liefdevol en rechtvaardig bestuurt. Met het oog daarop zul je je echter weer onder de mensen moeten begeven. Maimonides stelt zich voor dat je dan lijfelijk wel met de mensen bezig bent, terwijl je er ook dan intellectueel uitsluitend op gericht bent God te kennen en hem lief te hebben. Op die manier is de geleerde tegelijk filosoof, profeet èn staatsman. Mozes is hier het grote voorbeeld. In De gids der verdoolden laat Maimonides allen maar heel schematisch zien hoe deze functies in elkaar overgaan. Met name blijft duister hoe het juiste besef van het abstracte wezen van God relevant wordt met het oog op de kennis van het concrete handelen van God, – handelen dat door de mens nagevolgd dient te worden.

Slot

Op meer dan één manier plaatst Maimonides zich met zijn visie in de marge van het rabbijnse jodendom zoals het meestal gezien wordt. Het traditioneel-joodse leven ziet Maimonides als uiterlijke discipline die aan het volk opgelegd wordt. Als het lukt resulteert dit in goede zeden en juiste opvattingen, maar van inzicht en wijsheid is dan nog geen sprake. Meer dan eens geeft Maimonides blijk van minachting, niet alleen voor  het volk dat braaf de traditionele verplichtingen in acht neemt, maar verder van niets weet, maar ook, en meer nog, voor al diegenen die in hun beperkte geleerdheid letterlijk nemen wat niet letterlijk genomen moet worden, en zich klakkeloos aansluiten bij wat overgeleverd is. Een werkelijk zinvolle beleving van de traditionele verplichtingen is voorbehouden aan wie de goddelijke wetenschap en de intellectuele liefde voor God heeft leren kennen.

Intussen komt de vraag op of de ‘taal van de filosofie’ waarin Maimonides de ‘taal van de mensen’ die Torah spreekt zou willen vertalen de betekenis die Torah heeft niet eerder uitwist. Is het niet beter het door deze filosoof geconstrueerde paleis niet binnen te gaan?

Victor Kal

 

 

 

 

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.