Parabelproject

Geen lichte opgave: Alles opgeven voor het koninkrijk van de hemel

Met de parabels van de schat en de parel gaat Jezus in op de overgave die zijn volgelingen moeten tonen voor het navolgen van hem en zijn interpretatie van Gods wil. Deze twee parabels vormen samen een “dubbelgelijkenis” en zijn te vinden in het tweede deel van Jezus’ parabelrede in Matteüs 13, het deel dat Jezus exclusief aan zijn discipelen richt (vv. 36–52). In de parabel van de schat vindt iemand een schat die verborgen is in een veld. Nadat hij zijn vondst weer heeft verborgen (mogelijk om te voorkomen dat de eigenaar van het veld of iemand anders de schat vindt), gaat de vinder met vreugde heen, verkoopt al zijn bezittingen en koopt het veld. De parabel van de parel betreft een koopman die op zoek is naar mooie parels. Wanneer hij een zeer kostbare parel vindt, gaat ook hij heen, verkoopt zijn bezittingen en koopt de parel. In beide gevallen is het onderwerp van vergelijking het koninkrijk van de hemel.

Met de parabels van de schat en de parel wil Jezus zijn discipelen een les leren over het ideale discipelschap. Beide parabels hebben namelijk met elkaar gemeen dat de hoofdpersoon (schat-vinder, koopman) al zijn bezittingen verkoopt om een zeer waardevol object (schat, parel) in bezit te krijgen. De hoofdpersoon heeft dus alles over voor dit object. Als we veronderstellen dat het koninkrijk van de hemel gelijk staat aan de schat en de parel, dan maakt Jezus aan zijn discipelen duidelijk dat zij, net als de hoofdpersoon, alles over moeten hebben voor het koninkrijk van de hemel.

Deze overgave past bij de boodschap die Jezus elders uitdraagt over het discipelschap en het doen van Gods wil. Bijvoorbeeld, wanneer Petrus zegt dat hij en zijn medediscipelen alles hebben opgegeven om Jezus te volgen en vraagt wat zij ervoor zullen terugontvangen, antwoordt Jezus:

En ieder die huizen (of: families), broeders, zusters, vader, moeder, kinderen en velden opgeeft vanwege mijn naam, zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwig leven beërven. (Matt 19:29)

Ook uit andere teksten in het Matteüsevangelie blijkt dat de volgelingen van Jezus zowel familierelaties als bezit moeten opgeven voor het volgen van Jezus. Zo hebben Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes hun schip, hun netten en (in het geval van Jakobus en Johannes) hun vader achtergelaten toen Jezus hen riep (4:18–22). De rijke jongeling wordt door Jezus opgedragen om al zijn bezittingen te verkopen en aan de armen te geven om een schat in de hemel te verwerven, iets wat hem zeer bedroeft (19:16–26). Elders wijst Jezus erop dat zijn volgelingen geen schatten op aarde moeten verzamelen maar in de hemel (6:19–21), dat zij niet de “Mammon” moeten dienen (6:24), dat de apostelen geen extra bezittingen mee mogen nemen tijdens hun uitzending (10:9–10; vgl. 6:25–34), dat vervolging de apostelen ten deel zal vallen (10:17–20, 22–23) en dat er spanningen in families zullen ontstaan vanwege het navolgen van Jezus (10:21, 34–36, 37–39; vgl. 8:21–22). Of zoals Jezus zegt in Matteüs 16:24: “Als iemand achter mij aan wil gaan, laat hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en mij volgen.” Het navolgen van Jezus is dus geen lichte opgave.

De plaatsing van beide parabels in Jezus’ parabelrede in Matteüs 13 is niet geheel toevallig. In de literaire context van deze rede speelt deze overgave namelijk ook een rol. Direct voorafgaand aan de parabelrede proberen Jezus’ moeder en zijn broers Jezus te spreken te krijgen, maar hij stelt ze op de tweede plaats, na zijn “religieuze” familie. Volgens Jezus is eenieder die Gods wil doet, zijn familie (12:46–50). Direct volgend op de parabelrede wordt verteld hoe de mensen in zijn vaderstad aanstoot aan Jezus nemen. Jezus’ reactie is dat een profeet niet geëerd wordt in zijn vaderstad en zijn eigen huis (13:53–58). Jezus’ optreden leidt dus tot spanningen met zijn eigen familie en omgeving. Hij betaalt een prijs voor het werk dat hij doet en de ideeën die hij verkondigt. Door de parabels van de schat en de parel in de parabelrede te plaatsen laat Matteüs zien dat Jezus vergelijkbare offers van zijn discipelen vraagt en, indirect, van de leden van Matteüs’ eigen gemeenschap.

De parabels van de schat en de parel schetsen een rooskleurig beeld van de overgave aan het koninkrijk van de hemel: het koninkrijk is van grote waarde (schat, parel), er is vreugde bij het vinden van het object (zie de schat-vinder) en er wordt actief naar gezocht (zie de koopman). Vanuit het perspectief van Jezus en zijn volgelingen levert de keuze voor het koninkrijk van de hemel immers ontzettend veel op. We kunnen ons echter afvragen of de gevolgen van deze overgave wel altijd zo positief waren. De passage over Jezus’ moeder en zijn broers (12:46–50) leert ons dat de “achterblijvers” ook een prijs betalen voor Jezus’ werk. In het onderzoek naar kinderen in de Synoptische Evangeliën is er opgewezen dat het navolgen van Jezus behoorlijk negatieve consequenties kan hebben gehad. Als de man des huizes alles opgeeft om Jezus te volgen, dan valt voor het gezin een belangrijke bron van inkomsten weg. Mogelijke gevolgen: armoede, honger, schaamte, emotionele spanningen en kinderen die te jong aan het werk moeten om de kost te verdienen. Dit verhaal over de achterblijvers vertelt het evangelie niet; we kunnen er slechts naar gissen. Wel is duidelijk dat het navolgen van Jezus geen lichte opgave is, ook niet voor de achterblijvers.

Albertina Oegema

 

 

 

 

 

 

Verder lezen:

  • Murphy, A.J. Kids and Kingdom: The Precarious Presence of Children in the Synoptic Gospels. Eugene, OR: Pickwick Publications, 2013. (een kritische lezing van passages over kinderen in de Synoptische Evangeliën)
  • Ottenheijm, E. “Finding Pearls: Matthew 13:45–46 and Rabbinic Literature.” Te verschijnen in het Festschrift voor Dineke Houtman [titel nog onbekend]. Onder redactie van Eveline van Staalduine-Sulman en Klaas Spronk. Leiden: Brill, 2017. (over de parabel van de parel en het tonen van commitment)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *